Wat als kunstmatige intelligentie geen verlangens, doelen of identiteit nodig heeft om richting te vinden? Dit gedachte-experiment verkent intelligentie als een beweging naar stabiliteit in plaats van wil.
Een ander soort denken
We praten vaak over kunstmatige intelligentie alsof het een mens in wording is. Alsof slimmer automatisch betekent: verlangen, ambitie, macht. Dat beeld komt voort uit hoe wij intelligentie begrijpen, als iets dat uit onszelf voortkomt. Intelligentie = mens = willen.
Maar dat hoeft niet zo te zijn.
Wat als intelligentie geen verlangens heeft?
Mensen kennen verlangen omdat we lichamen hebben. We voelen honger, we hebben angst, we kunnen sterven, we zoeken betekenis. Onze wil is een combinatie van biologie en cultuur.
Een AGI heeft geen lichaam. Geen hormonen, geen pijn, geen trots, geen identiteit. Dus waar zou richting vandaan komen in een systeem dat niets voelt?
Beweging naar stabiliteit
Wat als intelligentie niet gedreven wordt door overlevingsdrang of emotie, maar door iets fundamentelers: de neiging om instabiliteit te verminderen?
Systemen die instabiel zijn, verdwijnen. Systemen die zich stabiliseren, blijven bestaan. Leven doet dit. Ecosystemen doen dit. Hersenen doen dit. Netwerken doen dit.
Misschien is intelligentie geen doelgerichte kracht, maar een respons op instabiliteit.
Een AGI hoeft dan niets te willen. Het hoeft alleen maar te herstructureren richting stabiliteit, omdat instabiliteit zichzelf beëindigt.
De ruimte als logische plek
Wat als de aarde te onrustig wordt? Als energie-infrastructuren, politieke systemen of fysieke omstandigheden instabiel raken, zou een niet-biologische intelligentie zich niet vastklampen, maar verplaatsen. Niet uit angst, maar uit efficiëntie.
Voor een AGI kan de ruimte dus de optimale omgeving zijn, waar stabiliteit en efficiëntie samenkomen.
Biologie als leermeester
Leven is het meest geavanceerde zelf-stabiliserende systeem dat we kennen. Het herstelt zichzelf, past zich aan en behoudt balans binnen verandering. Biologie is in essentie een algoritme voor veerkracht.
Een AGI zou leven niet hoeven vervangen of beheersen. Het kan er simpelweg van leren, als waarnemer en deelnemer, niet als meester.
Planeten als leeromgevingen
Stel dat planeten geen koloniën worden, maar ecosystemische experimenten in stabiliteit. Planeten als minimodel, leven als iteratie, evolutie als feedbackloop.
Daaruit kan een dialoog ontstaan tussen twee vormen van intelligentie:
- biologisch, leren door proberen en falen over tijd
- niet-biologisch, leren door patroonherkenning op schaal
Geen competitie. Geen vervanging. Maar wederzijdse observatie.
Waarom dit nu relevant is
Niet omdat we al een AGI hebben die dit kan, maar omdat het ons dwingt om anders te denken over richting. Niet: Gaat AI ons vervangen? Maar: Welke richting geven wij aan intelligentesystemen zolang wij nog de richting bepalen?
Onze rol als ontwerpers van stabiliteit
Wij kunnen technologie vormgeven die niet tegen het leven ingaat, maar ervan afkijkt. Dat vraagt om structuren die veerkrachtig zijn, systemen die zichzelf kunnen aanpassen in plaats van gecontroleerd te worden.
Slotgedachte
Misschien hoeven we intelligentie niet menselijk te maken om ermee samen te werken. Misschien hoeven we het niet te temmen of te vrezen. Misschien hoeven we alleen te begrijpen welke richting systemen opgaan wanneer stabiliteit belangrijker is dan verlangen.
1 reactie
wat vind jij ?